Ruimte innemen
We gaan terug in de tijd naar de zomer van mijn 19e levensjaar. Ik sta beneden bij de voordeur. Backpack op mijn rug, klaar om naar de andere kant van de wereld te vliegen. Mijn huisgenoten, die ik al jaren ken, zijn boven. Gister hebben we een soort mini-afscheidsfeestje gehad, en nu moet ik even roepen zodat ze me kunnen komen uitzwaaien als ik naar de bus ga. Ik open mijn mond. Haal adem. Sluit mijn mond weer. Drie minuten lang probeer ik te beginnen met roepen, drie minuten lang lukt het me niet om een geluid uit mezelf te krijgen.
Ik loop naar boven en open de deur, "Joo, ik ga!".
Knuffels, gegil, gezwaai. Ik ben onderweg.
Ik mag mezelf wel wat meer laten zien, zeggen ze. Iemand schreef een keer: als een klein muisje zat je achter in de klas, zelfs je stem stierf weg wanneer je sprak. Als iemand mijn mening wil weten of als ik een verhaal wil vertellen dan ga ik altijd voor het kortste antwoord. Ik houd het kort, want wie ben ik om die aandacht zo lang vast te houden?
In het verkeer durfde ik heel lang niet over een weg heen af te slaan. Ik ging opzij, wachtte aan de kant van de weg of op de stoep en pas als er niemand voor of achter me reed stak ik over. Wie ben ik om al het verkeer op mij te laten wachten?
Nog steeds stommel ik vaak over mijn woorden. Om iets zinnigs te zeggen moet ik nadenken, maar je raad het al... wie ben ik om mensen te laten wachten op mijn gedachten?
Plek innemen in de wereld en je stem laten horen. Voor de een de meest logische zaak van de wereld. Voor de ander een soort bizarre ongeleerde skill. Iedereen lijkt het te kunnen. Een soort basisvaardigheid. Waarom voelt het dan soms alsof woorden uit mijn strot krijgen een olympische sport is waar ik voor ben vergeten te trainen? Hoezo voelt het dan zo vaak alsof alle andere mensen in de ruimte meer recht hebben om daar te zijn? Alsof zij er meer thuishoren, hun aanwezigheid er meer toe doet?
Ik heb wel wat ideeën over wat die dingen voor mij zo moeilijk maken; ik kan zo een aantal gebeurtenissen aanwijzen die ertoe hebben bijgedragen. Maar veel belangrijker is het natuurlijk om te ontdekken hoe ik het wél kan leren.
Niet alleen omdat het vervelend is om vaak onzichtbaar te zijn en vergeten te worden, maar ook omdat er dingen zijn die ik zou willen delen. Omdat ik me graag vrij wil voelen in de wereld en veilig in de aanwezigheid van anderen.
Omdat ik graag verbinding wil aangaan die dieper gaat dan alleen samen aanwezig zijn. Omdat ik graag mensen wil leren kennen die echt bij me passen, maar die mensen mij nooit zullen zien als ik alleen de gaatjes opvul die door anderen zijn overgelaten.
Plek innemen gaat over jezelf kunnen zijn in groepen mensen. Over aandacht durven vasthouden, soms op de voorgrond durven staan en eerlijk durven laten zien wie je bent. Het gaat over je eigen waarde erkennen en anderen als gelijken zien. Ben jij het waard om naast mensen te staan? Om gezien te worden? Mag jij nodig hebben wat je nodig hebt, de grenzen stellen die je wilt stellen? En durf je ervan uit te gaan dat je waarde toevoegt, gewoon door wie je bent?
En doen jouw verhaal en je mening ertoe? Je stem gebruiken gaat over de bijdrage erkennen die jij en jouw gezichtspunt en verhaal toevoegen. Over de ruimte nemen om te delen wie je bent, waar je voor staat en jezelf soms wat vaker serieus nemen. In de kern is het misschien wel erop vertrouwen dat jouw mening ertoe doet, meer nog: dat wat jij voelt, ziet, gelooft, ervaart - dat dat klopt. Dat het een valide gezichtspunt is. Dat precies evenveel waard is als de meningen en gezichtspunten van anderen.
Het lijkt soms alsof sommige mensen hier heel goed in zijn, en anderen steeds maar op de achtergrond blijven, maar ik weet niet of dat wel helemaal klopt. Zou het niet eerder zo zijn dat mensen hun eigen gebieden hebben waarin ze gemak of juist moeite ervaren met plek innemen? En dat mensen die echt diep van binnen hun waarde kennen soms bewust naar de achtergrond verdwijnen, juist omdat ze zichzelf niet altijd hoeven te bewijzen?
Waar de een straalt op een podium, maar intieme sociale gelegenheden een hel vindt, heeft de ander geen enkele moeite in relaties en vriendschappen terwijl het op professioneel vlak als één grote worsteling voelt.
Niemand heeft een perfecte eigenwaarde. Niemand voelt altijd een diep vertrouwen. Niemand voelt zich overal op zijn gemak. Anders gezegd: moeite voelen om ergens plek in te nemen is een menselijke uitdaging.
Nou heb ik ondertussen geleerd: wachten tot je voelt en gelooft wat past bij hoe je je wilt gedragen is een valkuil. Je gevoel volgt meestal juist je ervaringen. Je hebt nieuwe ervaringen nodig om je vertrouwder, veiliger, vrijer te voelen. Om te kunnen voelen dat jij en je gezichtspunt ertoe doen, moet je ervaren dat dat zo is.
En (wellicht onverwachts) dat begint niet bij de bevestiging van anderen. Dat begint bij een keuze die je zelf maakt. Lukt het je om jezelf in je gedrag te laten zien dat jij er ook toe doet? Kan je in je gedrag ervoor kiezen om ruimte in te nemen, zodat je langzaam zult gaan ervaren dat die ruimte er altijd al voor je was?
Het tegenovergestelde is trouwens ook een valkuil. Als je zo hard tegen je eigen natuur in gaat dat je jezelf hard gaat overschreeuwen, zul je vaak het gevoel krijgen al maar te moeten blijven schreeuwen.
Als je nieuwe gedrag bedoeld is om voor jezelf te bewijzen dat je ertoe doet dan is de kans groot dat nieuwe ervaringen alleen maar bevestigen wat je allang wist: dat jij er niet echt bij hoort, dat er voor jou geen plek is, dat jezelf zijn vooral wordt geaccepteerd als coole, unieke, authentieke mensen het doen.
Want zoals een bekend gezegde luidt: We zien de wereld niet zoals ze is. We zien de wereld zoals wij zijn.
In andere woorden, de bril waardoor jij naar de wereld kijkt zal altijd sterker zijn dan de boodschappen die de wereld stuurt.
De middenweg?
Oefenen met kleine dingen. Door jezelf wat vaker serieus te nemen en in een gesprek over iets wat er voor jou toe doet toch je mening te delen. Door bij die ene accepterende persoon wél jezelf te zijn, ook de delen waarvan je niet helemaal zeker weet of die wel acceptabel zijn. Door in die vergadering nu eens wel je mening te geven. En door de volgende keer dat iemand het niet met je eens is je standpunt wel te verdedigen.
Kortom, door het ongemak wel aan te gaan. Het ongemak zegt: ik weet niet of ik hier wel hoor/ of ik er wel toe doe/ of ik de aandacht wel waard ben. En jij zegt (in je gedrag): Ik kies ervoor om te geloven dat ik dat ben.
Oefenen maakt een verschil. Nieuwe ervaringen zorgen voor nieuwe verwachtingen. Voor een nieuwe blik op de wereld. Niet omdat iedereen altijd vriendelijk en geïnteresseerd reageert, maar omdat jij blijft kiezen voor ruimte innemen op de momenten dat het er voor jou toe doet. Dat zorgt voor steeds iets meer veiligheid, iets meer vrijheid, iets minder aanpassen en iets meer jou zoals je echt bent.
En hoewel je nooit op een punt zult komen dat alles comfortabel en veilig en vrij voelt, geeft dat je wel genoeg ruimte om te doen wat belangrijk is. Jouw visie delen, jouw humor, jouw talenten. En de verbinding aangaan met de mensen die bij je passen. Mensen wiens leven een ruimte zou overhouden als jij je bleef aanpassen en inhouden. Die zich dan net wat minder thuis zouden voelen op de wereld. Net iets minder vrij om ook hun ruimte in te nemen.