Golven
Golven zijn mijn lievelings. Ik kan er uren naar kijken. Oneindig mee spelen. Vol plezier in zwemmen. Ze zijn onvoorspelbaar. Elke golf uniek. En voor mijn niet zo natuurkundige hoofd onbegrijpelijk. De zwaartekracht van de maan? Eb? Vloed? Tsunami's? Werkelijk mysterieus.
In al haar oneindigheid lijkt de zee wijs. In haar onverstoorbare ritme vind je kalmte, in haar woeste kracht steun.
De zee is nooit hetzelfde. Ze toont zich speels op een zomerdag aan de kust, spat uiteen tegen de rotsen, of trekt zich terug, een spoor van golfjes achterlatend in het zand. De zee is altijd dezelfde. Ze heeft alleen niet de illusie dat ze daarom op elk moment gelijk zou moeten zijn.
Toen ik de winter ontvluchtte vorig jaar december verwelkomden de Portugese golven mij. Hoog rolden ze richting het strand, helder, gekleurd door de winterzon. Vol enthousiasme sloegen ze tegen het strand, hun spetters de lucht in, gevolgd door nog een golf, en nog een, en nog een.
'Ik ben er' zei de zee. En ik was dat ook. Na weken het gevoel te hebben onder water te leven, niet echt aanwezig te kunnen zijn en te vechten om daaruit te ontsnappen, trokken deze vrolijke wilde golven mij uit mijn hoofd.
Met mijn voeten in het natte zand en de golven die tegen mijn knieën sloegen stond ik te staren tot het koud en donker was geworden. Met tegenzin trok ik mijn ogen los van de zee. Eerder had ik niet echt een plan voor deze vakantie, ik wilde even niks en tijd om tot rust te komen. Nu bood de zee mij een alternatief: terug tot leven komen.
Voor mij was de winter al jaren eb, maar nu maakten de winterzon en de golven iets in mij wakker. Voor een week voelde ik elke dag hoe iets van het kleed dat in de winter tussen mij en de wereld bestaat iets dunner werd.
Een golf van leven, temidden van de oneindigheid van de oceaan.
Het leven in golven was niet iets waarvoor ik gekozen had. Sterker nog, lange tijd voelde het als iets waartoe ik veroordeeld was. Krachten buiten mij trokken mij de diepte in, veranderden mijn kijk op het leven, ontrokken mij van energie en verbinding en plezier. Zonder mijn toestemming leefde ik soms in creativiteit en vreugde en gezelligheid, tot ik mezelf weer kwijtraakte en overbleef in een wereld van afwijzing, onveiligheid en leegte. Overbleef in mijn eigen hoofd, niet meer in staat om daarbuiten connectie of leven te vinden.
Ik vocht tegen de golven en de golven vochten terug. Ik durfde er niet op te vertrouwen dat er weer een volgende golf zou komen. Ging het goed, dan moest ik er alles van maken. Dan moest ik genieten en verbinden en bewegen en dingen maken. Het was mijn enige kans. Verkrampt hield ik vast aan het geluk, tot het in mijn handen versplinterde.
Ging het slecht, dan probeerde ik koste wat het kost mijn hoofd boven water te houden. Ik kon de pijn niet toelaten, want ik wist dat het me naar de bodem zou trekken. En ik wist niet of ik sterk genoeg was om dat vol te houden. Ik wist niet zeker of ik zou onthouden hoe het leven boven water is en of ik nog zou snappen hoe erg het de moeite waard is.
Winter na winter vocht ik tot ik op moest geven, en elk jaar stond ik daar, uitgeput, met lege natte handen.
De winter was altijd sterker, het donker te alomvattend. Ik bleef vechten omdat ik niet wist wat het alternatief was en ik bleef verliezen, omdat mensen nooit sterker zijn dan oceanen.
Toch was er ergens heel diep van binnen ook een stem die me vroeg vertrouwen te hebben. Een stem die fluisterde: misschien vind je je weg wel. Misschien mag je wel vertrouwen.
In Portugal keerde ik iedere dag terug naar de zee. Het onberekenbare van de golven overviel me regelmatig. Ik rende achteruit voor een golf die ver voor mij al brak, of bleef staan om met kleren en al overspoeld te worden.
Het was teleurstellend om weg te rennen voor golven die uiteindelijk maar tot mijn enkels kwamen. Ik miste een stuk van de speelsheid en het plezier dat de golven te bieden hadden. Maar de wildheid en de onvoorspelbaarheid maakten me bang. Wat als ik wachtte en niet op tijd weg kon komen?
'Trust the waves' zei de stem in mijn hoofd. Ik accepteerde de uitdaging. Ik moest mijn impulsen overwinnen om te blijven staan. Kwam er een hoge golf aanrollen, dan zei mijn lichaam: ga! En ik plantte mijn voeten dieper in het zand en bleef staan. Hoge golven braken recht voor me en maakten me aan het wankelen.
'Trust the waves.' De adrenaline gaf energie en vergrootte mijn aanwezigheid en het plezier. Het water spatte tot boven mijn hoofd. Ik werd kletsnat en veel van de golven duwden me bijna omver. Waren de golven wel te vertrouwen?
Ik voelde de kracht van de zee en ik wist, ze is sterker dan ik.
'Trust the waves'. Waarom zou ik de golven vertrouwen als ze zoveel sterker zijn dan ik? Als ze geen rekening met me houden? Is het verantwoord om vertrouwen te hebben, puur en alleen omdat het me meer plezier geeft? Zonder enige onderbouwing en wetende dat de golven sterker zijn en toch wel hun eigen pad volgen?
Ik was doorweekt...
En voldaan.
Ik realiseerde me: ik mag vertrouwen op de golven. Niet omdat de golven betrouwbaar zijn, niet omdat ze me zullen sparen en niet omdat ik sterker ben.
Ik kies ervoor om de golven te vertrouwen omdat vluchten en vechten me nog nooit hebben gegeven wat ik nodig heb - de golven doen dat wel. Er is ruimte voor plezier, met de stilte daartussen. Er zijn hoge, lage, en middelmatige golven, elk met hun eigen verdeling van energie en ontspanning.
Als ik mezelf toesta om mee te deinen houd ik energie over om de schitteringen te zien en me te verbazen. Er is ruimte om meegesleurd te worden de diepte in en er zijn honderd manieren om weer terug te keren. Ik vertrouw de golven - maar niet omdat ze te vertrouwen zijn. Ik vertrouw ze omdat ik dat ben.